Verkeersveiligheid – Gedrag

Een van de manieren om een beeld van de verkeers(on)veiligheid in Zuid-Holland te krijgen is de ontwikkeling van de ongevallenstatistieken van de afgelopen periode te analyseren. (zie hiervoor de factsheet verkeersveiligheid – ongevallen). Deze objectieve informatie geeft slechts een deel van het beeld weer. Belangrijk is ook te weten welk verkeersgedrag gerelateerd is aan de ongevallen. Wil men namelijk een effectieve aanpak van de verkeersonveiligheid, dus een effectief verkeersveiligheidsbeleid gecombineerd met verkeersveiligheidsmaatregelen, dan speelt onder andere die informatie een belangrijke rol. Het verkeersgedrag van de verkeersdeelnemer kan op verschillende manieren gemeten worden. Het kan objectief gemeten worden, door bijvoorbeeld de snelheid die op de verschillende wegtypen gereden wordt te meten, door het houden van alcoholcontroles of door controles op het gebruik van fietsverlichting. Belangrijk zo niet belangrijker is het motief van de verkeersdeelnemers zelf voor het getoonde gedrag en de kennis en meningen die zij daarover hebben.Om meer inzicht te krijgen in het verkeersgedrag, wordt elke twee jaar het Periodiek Regionaal Onderzoek Verkeersveiligheid Zuid-Holland (PROV) uitgevoerd. Hierin staat centraal het zelfgerapporteerde verkeersveiligheidsgedrag van verkeersdeelnemers van 15 jaar en ouder. De thema’s waarover de verkeersdeelnemers worden geïnterviewd zijn onder andere snelheid, alcohol, drugs en medicijnen, gordelgebruik, fiets en e-bike en het gebruik van social media. De resultaten van de rapportage hebben betrekking op het gehele grondgebied van Zuid-Holland en op de afzonderlijke regio’s. Meer over de opzet en achtergrond van het onderzoek is te vinden in de bijgevoegde rapportage (PROV 2015). In deze factsheet zal ingezoomd worden op het thema snelheid en het thema pakkans en verkeerscontroles.

Thema Snelheid

Snelheid is één van de basis risicofactoren in het verkeer en is bij bijna alle ongevallen een belangrijke factor. Zo kan de snelheid de kans op een ongeval groter maken en is de snelheid van invloed op de ernst van het ongeval.
Kennis over de rijsnelheden, die door de verkeersdeelnemers op de verschillende wegtypen worden gevoerd, is belangrijke input voor het nemen van verkeersveiligheidsmaatregelen.

Opvallend is de daling van het percentage automobilisten dat op autosnelwegen, met een limiet van 120 km/uur, de limiet overschrijdt. Na een stijging tussen 2009 en 2013 naar 46% is het aantal overtreders in 2015 gedaald naar 24%. Op autosnelwegen, met een limiet van 100 km/uur, is ook sprake van een daling. Maar daar ligt het aantal snelheidsovertreders wel hoger, namelijk 34%. Na de autosnelwegen zijn het de wegen buiten de bebouwde kom, met een snelheidslimiet van 60 km/uur, waar vaak de limiet wordt overschreden: 30% geeft aan hier onder normale omstandigheden te hard te rijden.
Op 50 km/uur wegen is het percentage snelheidsovertreders in 2015 het laagst (19%) net als in 2013 (21%). Opvallend is dat het percentage snelheidsovertreders op bijna elk type weg afneemt in vergelijking met 2013. Alleen op wegen binnen de bebouwde kom, met een limiet van 30 km/uur, is een stijging te zien in vergelijking met twee jaar geleden. (2013, 25%, 2015, 29%)

Het percentage overtreders van de maximumsnelheid verschilt per leeftijdsgroep. Op bijna alle wegtypen rijden 18-24 jarigen en 25-60 jarigen vaker te hard dan 60-plussers. Dit geldt alleen niet voor wegen binnen de bebouwde kom met een snelheidslimiet van 30 km/uur, daar rijden 60-plusser het vaakst te hard. Deze resultaten komen redelijk overeen met de mate waarin deze leeftijdsgroepen overschrijding van de maximumsnelheid gevaarlijk vinden.
Opvallend is dat automobilisten van 60 jaar en ouder het (zeer) gevaarlijk vinden om binnen de bebouwde kom harder dan de maximumsnelheid te rijden (97%), maar dat dat niet blijkt uit het rijgedrag van deze leeftijdsgroep voor de 30 km/uur wegen.

 

  18-24 jarigen 25-60 jarigen 60+-ers
gevaar overschrijden snelheidslimiet auto(snel)wegen 46% 58% 77%
gevaar overschrijden snelheidslimiet buiten de bebouwde kom 70% 78% 91%
gevaar overschrijden snelheidslimiet binnen de bebouwde kom 92% 96% 97%

Onderstaande grafiek geeft inzicht in de snelheidsovertreders per regio en per wegtype.

Autosnelwegen met een limiet van 120 km/uur: In de volgende vier regio’s geeft men in vergelijking met 2013 significant minder vaak aan te hard te rijden op autosnelwegen met een limiet van 120 km/uur. Holland-Rijnland (45% in 2013 en 18% in 2015), Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (42% in 2013 en 19% in 2015), Stadsregio Rotterdam (40% in 2013 en 26% in 2015) en Drechtsteden (46% in 2013 en 24% in 2015).

Autosnelwegen met een limiet van 100 km/uur: In Holland-Rijnland overtreedt men significant minder vaak de limiet (28%) dan twee jaar geleden (36%). In Zuid-Holland als geheel is ook sprake van een significante daling van het percentage snelheidsovertreders op autowegen met een limiet van 100 km/uur.

60 km/uur wegen buiten de bebouwde kom: In de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden zijn er ten opzichte van Zuid-Holland als geheel, significant meer overtreders op 60 km-wegen (resp. 49% en 30%). In Zuid-Holland als geheel is een significante daling van het percentage snelheidsovertreders op wegen buiten de bebouwde kom met een limiet van 60 km/uur te zien.

30 km/uur wegen binnen de bebouwde kom: In de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (49%) zijn er ten opzichte van Zuid-Holland als geheel (29%) relatief veel overtreders in 30 km-gebieden. In de Stadsregio Rotterdam zijn er in vergelijking met 2013 (21%), meer snelheidsovertreders (29%). In Zuid-Holland als geheel is ook sprake van een significante stijging van het percentage snelheidsovertreders op wegen binnen de bebouwde kom met een limiet van 30 km/uur.

Focusgroep Jonge bestuurders (18-24 jaar) en snelheid​​

​Jonge bestuurders,behoren samen met senioren en fietsers, tot de risicogroepen, omdat zij veelvuldig zijn betrokken bij ernstige letselongevallen, al dan niet met dodelijke afloop. Daarom heeft deze groep specifieke aandacht gekregen in de beleidsimpuls Verkeersveiligheid. De volledige beleidsimpuls en de monitor 2015 van de beleidsimpuls zijn bijgevoegd. Uit de resultaten blijkt dat het percentage jonge bestuurders dat de geldende maximumsnelheid overschrijdt hoog is,
maar ook dat er in 2015 sprake is van een duidelijke daling op auto(snel)wegen. Op wegen met een maximumsnelheid van 60 km/uur is de daling het hoogst (51% -29%). Op de 80 km/uur wegen buiten de bebouwde kom en op de 30 km/uur wegen binnen de bebouwde kom is een licht stijging in 2015 ten opzichte van 2013. Ten opzichte van Zuid-Holland totaal liggen de percentages op een hoger of gelijk niveau.

Thema ​Pakkans en Verkeerscontroles

​Hoe denken de ondervraagde verkeersdeelnemers over de kans dat zij bekeurd kunnen worden voor het overschrijden van gestelde normen voor bijvoorbeeld het gebruik van alcohol in het verkeer? Wat vinden de ondervraagde verkeersdeelnemers van verkeerscontroles voor alcohol, snelheid en medicijngebruik? Deze vragen komen in het volgende deel aanbod.Alvorens in te gaan op de omvang van de pakkans eerst voor de volledigheid een beeld van het rijden onder invloed in Zuid-Holland. Het percentage automobilisten dat aangeeft wel eens onder invloed van alcohol te rijden is in de jaren 2011, 2013 en 2015 op een zelfde niveau gebleven, respectievelijk op 6%, 5% en 5%.
 In de verschillende regio’s ligt het percentage automobilisten dat aangeeft wel eens onder invloed van alcohol te rijden in 2015 nagenoeg op het zelfde niveau als in 2013. Uitzondering hierop is de regio Drechtsteden, waar in 2015 het percentage automobilisten dat onder invloed rijdt, significant gestegen is van 1% naar 5%.De vraag is nu hoe groot de ondervraagde automobilisten de kans achten dat zij betrapt worden op het rijden onder invloed. In alle regio’s en in Zuid-Holland totaal, schatten de automobilisten deze kans laag in. Daarbij vergeleken liggen de percentages vergeleken met 2013 op een significant lager niveau.

​​Wanneer vervolgens naar het belang van verkeerscontroles wordt gevraagd blijkt dat men een controle op alcoholgebruik het meest belangrijk vindt, gevolgd door het controleren van het rijden door rood licht. Fietsverlichting krijgt ook een ruime 8. Relatief gezien wordt het minste belang gehecht aan controles op de maximumsnelheid en het gebruik van de autogordel.
Daarbij vinden de ondervraagden dat verkeerscontroles ten goede komen aan de verkeersveiligheid. Het controleren op alcoholgebruik (98%) scoort hierbij het hoogst gevolgd door, door rood rijden (95%). Vier vijfde is dat van mening over controles op de maximumsnelheid (82%). Voor het gebruik van de autogordel is dit draagvlak met 62% een stuk lager.