Energie en industrie

De recessie is voorbij waardoor de economie aantrekt en de industrie weer op stoom komt. Letterlijk. Ondanks dat doelstellingen zijn onderschreven dat er een CO2-emissiereductie van 1,5 à 2 % per jaar in de industrie wordt nagestreeft, stijgt de CO2-emissie vanuit de industrie in plaats van dat hij daalt. In 2016 is vanuit de industrie in Zuid-Holland 26% meer CO2 uitgestoten dan in 2014 ten opzichte van 2015 is wel het energieverbruik van de industrie iets gedaald. Hiermee worden de besparingen in gebouwde omgeving en glastuinbouw helaas teniet gedaan.

Kooostofdioxide-uitstoot

De sector industrie en energie is in 2016 verantwoordelijk voor bijna 70% van de totale CO2-uitstoot in de provincie. Dit is 31,9 Mton en landelijk gezien ruim 30% van totale uitstoot van industrie in Nederland. Provincie Zuid-Holland herbergt 21% van de bevolking van Nederland en zorgt voor 21% van het bruto nationaal product. Vanuit Zuid-Holland wordt 29% van de CO2-emissie van Nederland uitgestoten. 

Dit is voor een groot deel aan de energiecentrales te danken. Belangrijk hierin is dat alle CO2-uitstoot van de Zuid-Hollandse energiesector aan de provincie wordt toegerekend, ook al wordt de geproduceerde elektriciteit in een veel groter gebied gebruikt. In de onderstaande figuren zijn de emissies opgenomen van de industrie in Zuid-Holland inclusief de elektriciteitsproductie. Omdat in 2017 twee oude kolencentrales sluiten, verwachten we voor 2017 een lagere uitstoot.

Binnen het cluster industrie levert de energiesector de grootste CO2 -emissie op. Op de voet gevolgd door de raffinaderijen. In vergelijking met 2015 is met name

de CO2-uitstoot van de energiesector in 2016 gestegen. Andere sectoren zijn gelijk gebleven of zelfs iets gedaald ten opzichte van 2015.

Energie

Energiebesparing is een must, maar het begrip energiebesparing is nauw gerelateerd aan energie-efficiency. Energie-efficiency definiëren we ​als de hoeveelheid energie per product of dienst. Als er minder energie nodig is om hetzelfde product te maken, verbetert de efficiency. Energiebesparing definiëren we als het vermeden energiegebruik door maatregelen (indien een bedrijf stopt met produceren en daardoor minder energiegebruikt, zien we dat niet als energiebesparing).

De industrie werkt hard om zo energie efficient mogelijk te produceren. De meeste grote energieverbruikers hebben afspraken met het Rijk gemaakt om efficenter te produceren. Dit wordt gedaan in meerjarenafspraken via een MJA of MEE convenant.  De provincie heeft een vergunningverlening, -toezicht en -handhavingtaak die zoveel mogelijk wordt ingezet om dit doel dichterbij te brengen.

 De mogelijkheden  vanuit de VTH-taak zijn echter beperkt indien een bedrijf past binnen het Europese ETS systeem (Emission Trading system on Carbon) en meedoet met het MEE-convenant (Meerjarenafspraak Eenergie Efficiency voor ETS-bedrijven) met het Rijk of meedoet in het MJA3-convenant  (MeerJaren Afspraak energie efficiency voor niet-ETS-bedrijven). Deze bedrijven dienen Energie EfficiencyPlannen in te dienen. Een bedrijf dat een dergelijk convenant heeft ondertekent kan niet vanuit de vergunning en handhaving van de provincie gedwongen worden energiemaatregelen door te voeren. Alleen de toezichtstaak kan worden ingevuld waarbij het rijk de EEPs van de ETS-bedrijven moet goedkeuren (alleen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft toegang tot deze EEP’s) en de provincie of gemeenten de EEPs van de MJA-bedrijven. Volgens de RVO voldoen de convenantpartners aan de afspraken voor energie-efficiency.

Met een Coalition of the Wiling (bedrijven die zich hebben gecommiteerd aan de energietransitie)  heeft de provincie afspraken gemaakt via Deltalinqs (bedrijvenvereniging in de Rotterdamse haven). Deze zijn 5 december 2017 ondertekend. Hiermee werken we samen in waterstof-, CC(U)S- en warmteprojecten.