Warmte-energie

In de afgelopen periode 2010-2015 zien we een trendmatige groei voor de inzet van hernieuwbare warmte en restwarmte van 6 PJ in 2010 naar 12,2 PJ in 2016. De belangrijkste bronnen zijn restwarmte, warmte uit afval, biomassa en bodemenergiesystemen, waaronder geothermie. Uitgaande van de vervanging van gasstook (kental 36kton/PJ), levert 12,2PJ een CO2 reductie op van 439 kton CO2.

De energiebehoefte in Nederland komt voor het grootste deel, bijna 60%, voort uit onze behoefte aan warmte. Deze warmte wordt weer voor het overgrote deel opgewekt door verbranding van fossiele brandstoffen. Om de doelstelling ‘van gas los’ in 2035 invulling te geven, moet duurzame warmte een steeds groter onderdeel vormen om in onze warmtebehoefte te voorzien. De vraag naar warmte moet door besparingsmaatregelen worden verminderd zodat we met de combinatie van fossiele brandstoffen en duurzame warmte de vraag aan warmte kunnen invullen. De provincie zet zich in om duurzame warmte en restwarmte uit de industrie nuttig in te zetten. De provincie zet wel kanttekeningen bij de verbranding van biomassa zoals houtkachels en bioboilers die gebruikmaken

van houtpellets. Deze vorm van verbranding zorgt namelijk weer voor het verslechteren van de luchtkwaliteit omdat dit extra NOx en fijnstof oplevert. Toch wordt biomassa als duurzame vorm gezien omdat vanuit CO2-perspectief het wel een gunstig effect oplevert omdat kortcyclisch CO2 weggestreept kan worden omdat deze gekoppeld wordt aan de groei van biomassa waarbij CO2 wordt vastgelegd in biomassa (zoals hout) in de onderstaande figuur wordt de verdeling over de diverse duurzame warmtebronnen inclusief restwarmte weergegeven. Voor gebruik van geothermie en restwarmte heeft de provincie een doel gesteld respectievelijk 9 en 11 PJ. In de warmtetransitie-atlas​ (ook hiernaast te benaderen) is aangegeven waar welke bronnen zich bevinden in Zuid-Holland.

Warmtenetten in Zuid-Holland 

Momenteel worden ongeveer 104.000 woningen verwarmd door een warmtenet, waarvan de meeste systemen nog door een fossiele bron worden gevoed. 

Het verduurzamen van deze bestaande warmtesystemen is een eerste stap in de transitie naar een duurzaam warmtenet in Zuid-Holland. 

overzicht woningen op stadswarmte.png

 

Aanvullend hierop wordt door de provincie de komende jaren toegewerkt naar een hoofdinfrastructuur voor warmtetransport met een onafhankelijk netbeheer waar alle partijen warmte aan kunnen leveren en van afnemen. Om deze ambitie in te vullen hebben duurzame energievoorziening. vijf partijen begin 2017 onder de 

naam Warmtealliantie Zuid-Holland de krachten gebundeld. Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie, Provincie Zuid-Holland, Eneco en Warmtebedrijf Rotterdam (WBR) geven met dit initiatief een krachtige impuls aan de energietransitie in Zuid-Holland naar een nieuwe, CO2-arme 

PLan Warmtenet Zuid-Holland.png

 

Als wordt gekeken naar de verspreiding van de vraag naar verwarming van gebouwen en kassen en het aanbod van geothermie en mogelijke restwarmte in Zuid-Holland, dan is goed zichtbaar dat er synergie te halen valt in grote delen van Zuid-Holland. Om de synergie tussen vraag en aanbod optimaal te benutten is

een regionale infrastructuur nodig. Daarnaast zijn in de meer perifere gebieden in Zuid-Holland eveneens kansen voor het verduurzamen van de warmtevoorziening. De individuele en collectieve oplossingen in deze gebieden zullen echter vooral lokaal zijn.

combinatie vraag en aanbod 2015.png

 

We zien dat energiebesparing groot effect heeft op de afname van de warmtevraag in gebouwde omgeving en glastuinbouw. De inschatting is dat de warmtevraag daalt van 110 PJ in 2020 naar 75 PJ in 2050. Het aardgasverbruik neemt daarbij in de komende tijd fors af, zodat we in 2050 in Zuid-Holland in andere bronnen voor verwarming moeten voorzien voor kas- en gebouwverwarming. 

Diverse bronnen en technieken staan tot onze beschikking om aardgas te vervangen. Geothermie en restwarmte vullen een substantieel deel van de warmtevraag in. Uitgaande van de landelijke trend krijgt ook all electric een groter aandeel en groeit tot 10 procent. In bijgaande figuur​ kunt u aangeven (door met de bronnen op rechts te schuiven) hoe ú denkt dat de fossiele en duurzame warmte zich tot elkaar gaan verhouden.

Restwarmte

Restwarmte is warmte die ontstaat als bijproduct van processen waar fossiele brandstoffen worden ingezet en die veelal door lozing of koeltorens wordt afgevoerd. In strikte zin wordt het daarom niet als hernieuwbaar gezien. Wel wordt restwarmte als besparing gezien.

Restwarmte die ontstaat bij verbranding van biomassa wordt wel als duurzaam gezien. In Zuid-Holland komt veel restwarmte vrij die relatief eenvoudig te benutten is voor verwarming van gebouwen en kassen, maar ook tussen bedrijven onderling.

 warmteoverdracht HuntsmanEvides (4).JPG

​foto: Restwarmteoverdracht van Huntsman naar Evides (CO2 reductie ongeveer 15 kton/jaar)

Ook de industrie zet zich in om restwarmte in de vorm van hoge temperaturen zoals stoom aan elkaar uit te wisselen. In 2017 zijn diverse bedrijven hierover met elkaar in gesprek. Soms een op een met de buren,  maar ook 

met meerdere bedrijven tegelijk via een groots open netwerk. In de Botlek wordt op dit moment hierover onderhandeld. Zodra daar concrete stappen zijn gezet zal in deze factsheet daarover informatie worden opgenomen.

Warmte-koudeopslag

Warmte-koudeopslag (WKO) is een methode om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem, tot maximaal 250 meter diepte. De techniek wordt gebruikt om kassen en gebouwen op te warmen of te koelen. De provincie verleent de vergunningen voor WKO en houdt ook het werkelijk gebruik bij. Het gaat om enkele honderden locaties.