Nieuwe bestemmingsplannen 2014

De provincie Zuid-Holland heeft een verkenning gedaan naar bestemmingswijzigingen binnen de provincie. Dit factsheet voor het thema beter benutten van de ruimte, maakt inzichtelijk waar in 2014 nieuwe bebouwingsbestemmingen zijn bijgekomen. Met andere woorden waar in 2014 in de provincie, planologisch, de ruimte wordt geboden voor nieuwbouw en ook transformatie. Hieruit blijkt onder meer dat 85% van de nieuwe bestemmingsplancapacteit aan bouwbestemmingen binnen stedelijk gebied is gelegen. Wanneer ook rekening wordt gehouden met correcties in het Havengebied van Rotterdam en glastuinbouwtransformaties loopt dit op naar ruim 93 %.

De Provincie Zuid-Holland voert het beleid om de verstedelijking zoveel mogelijk te concentreren binnen de reeds bebouwd ruimte en deze ruimte ook beter benutten. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. In de Visie Ruimte en Mobiliteit zijn de kernen (in Bestaand Stedelijk en dorpsgebied (BSD)) en de (bebouwings)linten concreet vastgelegd.

Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. Als handelingskader wordt de ladder voor duurzame verstedelijking gevolgd. Voor ontwikkelingen van meer dan 3 ha. is opgenomen dat, indien is gebleken dat deze niet binnen BSD kunnen plaatsvinden, deze alleen kunnen worden ontwikkeld conform het Programma Ruimte. In het Programma Ruimte zijn in dit kader de ‘3 ha.-locaties’ vastgelegd.

Waar zijn nieuwe overwegend bebouwde bestemmingen bestemd?

Voor de nieuwe bouwbestemmingen is bepaald of zij binnen of buiten BSD zijn gelegen en is onderzocht of zij in de ‘3ha. Locaties’ en vastgestelde ‘Linten’ zijn gesitueerd. Hieruit blijkt dat 85% (1298 ha.) binnen BSD, 3 ha. en linten is bestemd. 15% (220 hectare) is nieuw bestemd buiten BSD.

Binnen de overige 15% is een groot deel te verklaren door grenscorrecties bij het Havengebied van Rotterdam, waar 110 hectare buiten de BSD2014-contour is gesitueerd. En, zij het in veel mindere mate van enkel hectares, de transformatie van glastuinbouw.

Grotere kaart weergeven

Kaart: Bouwbestemmingen ten opzicht van BSD, linten en 3 ha ontwikkellocaties status jaar 2014 en stedelijke ontwikkeling

Berekeningswijze en veronderstellingen

In deze factsheet is de harde planologische bestemmingsplancapaciteit onderwerp van studie. Alleen vastgestelde en/of onherroepelijke bestemmingsplannen zijn onderzocht. Door de nieuwe hoofdbestemming te vergelijken met de voorgaande hoofdbestemming wordt de planologische ontwikkeling in beeld gebracht. Voor wat betreft de (overwegend) bebouwde functies gaat het hier om de hoofdbestemmingen ‘Bedrijf’, ‘Bedrijventerrein’, ‘Centrum’, ‘Cultuur en ontspanning’, ‘Detailhandel’, ‘Dienstverlening’, ‘Gemengd’, ‘Horeca’, ‘Kantoor’, ‘Maatschappelijk’, ‘Sport’, ‘Wonen’, ‘Woongebied’ en ‘Overig’.

De bestemmingen worden vaak niet helemaal bebouwd. Dat geldt zeker voor de globale bestemmingen Woongebied en Bedrijventerrein. Ook zitten er binnen  

de genoemde bestemmingen functies die overwegend onbebouwd zijn , denk aan de bestemming ‘Maatschappelijk’ waar bijvoorbeeld schoolgebouwen onder vallen maar ook een begraafplaats.  Tegelijkertijd zijn er binnen de andere ‘niet –bouw’- bestemmingen ook functies mogelijk die juist wel overwegend bebouwd zijn. Om hier zoveel mogelijk ruis tussen uit te halen zijn de bestemmingen verder gedifferentieerd aan de hand van de bestemmingsnamen en functieaanduidingen. Hiermee wordt de planologische bouwontwikkeling zo scherp mogelijk in beeld gebracht. Mede als gevolg van de ingebouwde flexibiliteit in het IMRO-model en het generieke gebruik van namen en aanduidingen in combinatie met specifieke wijzen van regelen in de planregels, zal er altijd ruis blijven bestaan tussen lokale regeling en geautomatiseerde analyse.

Omdat nog niet op alle plekken een vigerend digitaal bestemmingsplan (conform IMRO2008 of later) beschikbaar is, is voor een deel van de nieuwe plannen geen voormalig digitaal plan beschikbaar om mee te vergelijken. Om in deze gevallen een bouwontwikkelingen te constateren wordt de bestemming vergeleken met de aanwezigheid van de bebouwde functie in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Meer informatie hierover en over de gevolgde onderzoeksmethodiek vindt u in de Bijlage Berekeningswijze en Veronderstellingen Verkenning Bestemmingsplandata.