Windenergie

In 2017 is er in de provincie Zuid-Holland een vermogen van 350 MW aan windturbines in bedrijf. Deze windturbines hebben ruim 3 PJ aan elektriciteit opgeleverd. Dat betekent dat in de provincie ten opzichte van 2016 (360 MW) een daling is opgetreden. Dat heeft te maken met het feit dat oude minder productieve windturbines zijn ontmanteld en niet zijn teruggeplaatst. Om de doelstelling op tijd te halen moet wel een versnelling worden doorgevoerd door het plaatsen van nieuwe (grotere) windturbines.

Bij windenergie wordt onderscheid gemaakt tussen wind op land en wind op zee. Zowel windenergie op land als op zee zijn beiden hard nodig om de duurzame energiedoelen te halen. De kosten voor wind op zee zijn de afgelopen jaren snel gedaald. Toch zijn er ook in de toekomst op land windturbines nodig; het electriciteitsnet van de toekomst moet flexibel zijn om goed om te kunnen gaan met grote fluctuaties in het energieaanbod. Op een productieve dag past niet alle opgewekte energie door één centrale hoofdkabel, maar zal verdeeld aangeboden moeten worden.  

Wind op zee is een rijksaangelegenheid. De taakstelling voor wind op land ligt bij de provincies. Verwacht wordt dat de daling in aantal windturbines tot en met 2018 doorzet (oude turbines worden vervangen door krachtigere exemplaren) en dat daarna het aantal turbines en 

daar mee het vermogen en de elektriciteitsopbrengst van windturbines op land stijgt naar de doelstelling van 735,5 MW. Dit doel zal naar verwachting in 2022 worden bereikt. De provincies hebben met het rijk de afspraak gemaakt dat zij, samen met gemeenten en marktpartijen, verantwoordelijk zijn voor de realisatie van 6.000 MW aan opgesteld vermogen wind op land in 2020. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de doelstelling van het Nationaal Energieakkoord (SER) om in 2020 14% hernieuwbare energie te realiseren, oplopend tot 16% in 2023. De provincie Zuid-Holland heeft zich ten doel gesteld om in 2020 9% aan hernieuwbare energie te realiseren. Dat komt neer op ongeveer 39PJ. De windopgave zal daar ongeveer 15% (735,5 MW) van deel uitmaken. Uitgaande van een gemiddeld vermogen van 3 MW per windturbine komt dit overeen met circa 245 turbines. In onderstaand grafiek is de realisatie van 2010 t/m 2016 van windenergie weergegeven

De provincie is verantwoordelijk voor het ruimtelijk vastleggen van de taakstelling in haar structuurvisie (Visie Ruimte en Mobiliteit, afgekort VRM) en bevordert dat gemeenten en andere partijen windenergie realiseren. Hiertoe heeft de provincie afspraken gemaakt met regio’s en gemeenten over de plaatsing van 150 MW in de voormalige stadsregio Rotterdam, 225 MW op Goeree-Overflakkee en 

300 MW in het havengebied van Rotterdam. Daarnaast zijn er met diverse gemeenten buiten deze regio’s afspraken gemaakt over het realiseren van de, in de VRM aangewezen, locaties binnen hun gemeentegrenzen. Bij elkaar levert dit 60,5 MW op. Een deel van deze locaties windenergie zijn reeds benut. De onderstaande kaart geeft de windparken en windlocaties in Zuid-Hollandweer.

Volledig scherm weergeven

In de onderstaande grafiek is de prognose verwerkt (bron: Voortgangsrapportage windenergie Zuid-Holland 2016, december 2016). De verwachtte dip in het opgestelde vermogen windenergie komt doordat windturbines aan het eind van hun levensduur 

worden verwijderd en niet direct worden vervangen of gecompenseerd door nieuwe turbines. In Zuid-Holland is in 2017 maar één nieuwe windturbine geplaatst (Den Haag). In de komende jaren zal er daardoor per saldo even een dip te zien zijn.