Windenergie

In het eerste kwartaal van 2019  is er in de provincie Zuid-Holland een vermogen van circa 387 MW aan windturbines in bedrijf. Deze windturbines leverden 2.2 PJ aan elektriciteit. Dat betekent dat in de provincie ten opzichte van 2017 (305 MW) netto een stijging is opgetreden. Dat heeft te maken met het feit dat in 2017 en 2018 een aantal oude minder productieve windturbines zijn ontmanteld en niet zijn teruggeplaatst. Daartegenover staat een aantal gerenoveerde en nieuwe windparken, zoals Windpark De Slufter en Windpark Nieuwe Waterweg.

Bij windenergie wordt onderscheid gemaakt tussen wind op land en wind op zee. Zowel windenergie op land als op zee zijn beiden hard nodig om de duurzame energiedoelen te halen. De kosten voor wind op zee zijn de afgelopen jaren snel gedaald. Gezien de toenemende vraag naar elektriciteit zijn er ook in de toekomst meer windturbines op land nodig; het is belangrijk dat het  electriciteitsnet voldoende capaciteit heeft om de toenemende stroomproductie te kunnen opvangen. Het stroomnet moet ook voldoende flexibel zijn om schommelingen in de productie van duurzame wind- en zonneenergie op te vangen. Hier ligt een belangrijke taak voor de netbeheerders. 

Wind op zee is een rijksaangelegenheid. De taakstelling voor wind op land is een gedeelde verantwoordelijkheid van Rijk, provincies en gemeenten. Verwacht wordt dat de provincie Zuid-Holland de met het rijk afgesproken windtaakstelling gaat realiseren, maar dat daar meer tijd voor nodig is. Dit als gevolg van lange procedures, technische vraagstukken en belemmeringen in de regelgeving.Het afgesproken aantal van 735,5 MW zal naar verwachting in 2023 worden bereikt.

De provincies hebben met het Rijk de afspraak gemaakt dat zij, samen met gemeenten en marktpartijen, verantwoordelijk zijn voor de realisatie van 6.000 MW aan opgesteld vermogen wind op land in 2020. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de doelstelling van het Nationaal Energieakkoord (SER) om in 2020 14% hernieuwbare energie te realiseren, oplopend tot 16% in 2023. De provincie Zuid-Holland heeft zich ten doel gesteld om in 2020 9% aan hernieuwbare energie te realiseren. Dat komt neer op ongeveer 39PJ. De windopgave zal daar ongeveer 15% (735,5 MW) van deel uitmaken. Uitgaande van een gemiddeld vermogen van 3 MW per windturbine komt dit overeen met circa 245 turbines. In onderstaand grafiek is de realisatie van 2010 t/m 2016 van windenergie weergegeven. Hierin is ook te zien dat de opbrengst in 2017 wat lager is dan 2016. Dat komt omdat de in 2017 de ontmantelde parken geen windenergie hebben opgewekt. De slufter is bijvoorbeeld in december 2018 weer opgestart en telt zodoende wel mee in het totale vermogen, maar heeft in 2018 geen elektriciteit geleverd.

De provincie is verantwoordelijk voor het ruimtelijk vastleggen van de taakstelling in haar omgevingsbeleid en bevordert dat gemeenten en andere partijen locaties voor windenergie ontwikkelen. Hiertoe heeft de provincie afspraken gemaakt met regio’s en gemeenten over de plaatsing van 150 MW in de voormalige stadsregio Rotterdam, 225 MW op Goeree-Overflakkee en 300 MW in het havengebied van Rotterdam. Daarnaast zijn er met diverse gemeenten buiten deze regio’s afspraken gemaakt over het realiseren van de, in de VRM (thans: Omgevingsverordening) aangewezen, locaties binnen hun gemeentegrenzen. 

Bij elkaar levert dit 60,5 MW op. Een deel van deze locaties voor windenergie is reeds benut. Eind 2017 heeft de provincie 16 nieuwe windlocaties in de Rotterdamse regio opgenomen in de Verordening Ruimte (nu: Omgevingsverordening) om de met de gemeenten afgesproken taakstelling voor de Rotterdamse regio te kunnen halen. Samen met gemeenten en andere betrokken partijen wordt hard gewerkt om deze locaties te ontwikkelen. De onderstaande kaart geeft de windparken en windlocaties in Zuid-Holland weer, zowel bestaand als gepland.

Volledig scherm weergeven