Vrije vestiging

Om keuzevrijheid van woningzoekenden en beschikbaarheid van woningen voor vergunninghouders te waarborgen, heeft de provincie binnen de Huisvestingswet een toezichthoudende rol op de gemeenten. Hieronder volgt een overzicht van de stand van zaken in de provincie.​​

 

Aantal gemeenten met achterstand op taakstelling

​De omvang van de taakstelling blijft stijgen. 2015 kende een sterke groei en in 2016 zet die groei door. Voor heel 2015 was de taakstelling voor geheel Nederland 29.900 vergunninghouders. De taakstelling voor de eerste helft van 2016 is 20.000 vergunninghouders. Voor de tweede helft is de taakstelling 23.000 vergunninghouders. De Zuid-Hollandse gemeenten moeten daarvan ruim 20 procent voor hun rekening nemen.

De stand van de taakstelling en bestuurlijke interventieladder in Zuid-Holland is weergegeven in het tweede tabblad hierboven. De gegevens zijn vanaf 2013, omdat de wet revitalisering generieke toezicht op 1 oktober 2012 in werking is getreden en om dat in 2012 het COA is gaan werken met regievoerders.

Een meer gedetailleerd overzicht van de voorsprong of achterstand van een gemeente is te vinden in de derde en vierde tabbladen hierboven. In het laatste tabbald hierboven is per gemeente de stand van de trede op de bestuurlijke interventieladder weergegeven. Met filters kunnen periodes en de gemeenten worden gekozen.

Aantal gemeenten zonder een huisvesting​sverordening met vestigingsbeperkingen

Op basis van de Huisvestingswet 2014 kan de gemeenteraad een huisvestingsverordening vaststellen waarbij zij bij verordening voor de duur van ten hoogste vier jaar regels geven met betrekking tot het in gebruik nemen of geven van goedkope woonruimte, en het wijzigingen in de bestaande woonruimtevoorraad.

Met name de regels met betrekking tot het in gebruik nemen of geven van goedkope woonruimte, de woonruimteverdeling, kunnen leiden tot vestigingsbeperkingen. Deze regels mogen enkel gesteld worden indien de gemeenteraad van mening is dat er sprake is van schaarste. De Huisvestingswet 2014 is op 1 januari 2015 in werking getreden en van rechtswege zijn alle bestaande huisvestingsverordeningen op 1 juli 2015 vervallen. Gemeenten die vonden dat zij het instrument van de huisvestingsverordening nodig hadden, hebben omstreeks die datum een nieuwe huisvestingsverordening vastgesteld.

​RIGO Research en Advies heeft in opdracht van het Ministerie van BZK onderzocht in hoeveel gemeenten er een huisvestingsverordening van kracht is. Er zijn 59 gemeenten met een huisvestingsverordening en 39 daarvan bevatten vestigingsbeperkingen. Over Zuid-Holland staat er verder in dat rapport: “Op één

​ gemeente na (Goeree-Overflakkee) hebben alle 60 Zuid-Hol​landse gemeenten een Huisvestingsverordening. In deze provincie zijn een aantal grote regionale woonruimteverdelingssystemen; de verordeningen zijn in hoge mate op elkaar afgestemd.

In de regio Rotterdam, Haaglanden en Holland Rijnland zijn bepalingen omtrent binding opgenomen in de verordeningen. De gemeenten in de regio Drechtsteden en Alblasserwaard-Vijfheerenlanden hebben zogenaamde urgentieverordeningen: huisvestingsverordeningen die uitsluitend de urgentieregeling regelen. Voor het overige is de woonruimteverdeling een zaak van de (samenwerkende) corporaties.

De gemeenten in Midden Holland (Gouda, Waddinxveen, Bodegraven-Reeuwijk) hebben een Huisvestingsverordening met toewijzingsregels. Alleen in laatstgenoemde gemeente is sprake van voorrangsregels voor lokale woningzoekenden in een aantal kleine kernen.” Bron: “Wachten, zoeken, vinden” – Hoe lang duurt het zoeken naar een sociale huurwoning?​, RIGO Research en Advies, zie de bijlage onderaan deze pagina.

Aantal gemeenten met een huisvestingsverordening o.b.v. de Wet BMGP

Gemeenten waar de minister van Wonen en Rijksdienst een gebied op basis van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek heeft aangewezen, dienen voor die gebieden een huisvestingsverordening te maken. In de volgende gemeenten heeft de minister gebieden aangewezen:

  • Rotterdam (Carnisse, Oud-Charlois, Hillesluis en Tarwewijk (vanaf 1 juli 2006), Bloemhof (vanaf 1 juli 2010), Delfshaven ((10 straten, vanaf 1 oktober 2014); en

  • Capelle a/d IJssel (Operabuurt, de Gebouwenbuurt, Hoekenflat en de Wiekslag) in 2015; en
  • Vlaardingen (Westwijk) en Rotterdam (Strevelsweg, even zijde 4 tot en met 230 aan de Vreewijkzijde) in 2016.

Aantal indeplaatstredingen huisvesting vergunninghouders

De provincie houdt toezicht op de naleving van de Huisvestingswet 2014 door de gemeenten als het gaat om de taak van gemeenten om vergunninghouders te huisvesten. De provincie maakt daarbij gebruik van de bestuurlijke interventieladder. Als een gemeenten zijn taakstelling niet realiseert, dan bestijgt de gemeente de bestuurlijke interventieladder.

De laatste trede van de interventieladder is de indeplaatsstelling. Dat betekent dat de provincie de wettelijke taak van de gemeente overneemt en voor de gemeente op kosten van de gemeente uitvoert tot het moment dat de achterstand is ingelopen en de lopende taakstelling is gerealiseerd. In de onderstaande tabel is aangegeven hoeveel gemeenten op een trede van de interventieladder staan en in welke fase. In de periode waarin wordt gewerkt met de bestuurlijke interventieladder (na het inwerking treden van de Wet).

De provincie houdt toezicht op naleving van de Huisvestingswet 2014 door de gemeenten als het gaat om door de gemeenten opgestelde huisvestingsverordeningen. De provincie maakt daarbij, als de provincie van

mening is dat een huisvestingsverordening in strijd is met de Huisvestingswet 2014, gebruik van de mogelijkheid om een door de gemeenteraad vastgestelde huisvestingsverordening bij de Kroon voor te dragen voor schorsing of vernietiging.

Voordat de provincie een huisvestingsverordening voordraagt, probeert de provincie eerst in overleg met de gemeente een aanpassing van de verordening te bewerkstelligen. Tot op heden heeft de provincie geen voordrachten voor schorsen en vernietigen gedaan.

In het tweede tabblad hierboven zijn de stand van de taakstelling en de bestuurlijke interventieladder in Zuid-Holland weergegeven. In de daarna volgende tabbladen zijn deze weergegeven voor individuele gemeenten (binnen de regio’s) door de tijd.

Aantal adviezen aan Minister van Wonen en Rijksdienst

De minister van Wonen en Rijksdienst vraagt in het kader van de behandeling van​een aanvraag van de gemeenteraad om op basis van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek advies aan de provincie.

Het advies van de provincie dient zich te richten op het voldoende aannemelijk zijn dat woningzoekenden, aan wie als gevolg van die aanwijzing geen

huisvestingsvergunning kan worden verleend voor het in gebruik nemen van woonruimte in de aangewezen gebieden, voldoende mogelijkheden houden om binnen de regio waarin de gemeente is gelegen passende huisvesting te vinden. Voor 2015 was het geven van advies een verantwoordelijkheid van de Stadsregio Rotterdam.

Bijlage

Rapport “Wachten zoeken vinden” – Hoe lang duurt het zoeken naar een sociale huurwoning?

Bron

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA).