Regionale Energiestrategie (RES) in Provincie Zuid-Holland

1. Wat is een Regionale Energiestrategie (RES) ? 

2. Algemeen beeld Zuid-Holland. Waar staan we?

3. Regionaal perspectief

4. Regionale factsheets

5. Stand van zaken realisatie hernieuwbare energie 

6. Bronnen

 


 

 

 

11. Wat is een Regionale Energiestrategie (RES)?  

Waarom een Regionale Energiestrategie? 

Wat is de Regionale Energiestrategie? 

Wanneer een Regionale Energiestrategie? 

Het klimaat verandert. In Nederland nemen we onze verantwoordelijkheid om klimaatverandering zoveel als mogelijk tegen te gaan en zo ons land leefbaar te houden voor de toekomstige generaties.

Nederland heeft de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015) ondertekend. Rijk en decentrale overheden streven samen de 49% CO2 reductie doelstelling na, te realiseren in 2030.

Regionaal maatwerk is nodig om de nationale doelen en afspraken te halen. Dat geldt voor de  ruimtelijke inpassing van hernieuwbare opwek, opslag en de infrastructuur voor warmte en elektriciteit. Maar dit vraagt ook om nieuwe vormen van samenwerking tussen overheden, burgers, bedrijfsleven, marktpartijen, netbeheerders en maatschappelijk partners.

In het ontwerp Klimaatakkoord uit 2019 hebben de overheden afgesproken om de energietransitie uit te werken via 30 landsdekkende regionale energiestrategieën.

Elke regio geeft invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord die zijn gemaakt aan de sectortafels voor Elektriciteit en Gebouwde omgeving. Samen met maatschappelijke partners, bedrijfsleven, overheden en inwoners wordt gekomen tot een regionaal gedragen RES. Deze geeft inzicht in:

  • mogelijkheden voor regionale opwek en besparing
  • die mogelijkheden vertaald naar keuzes in concrete plekken, projecten en planning
  • de afstemming omtrent warmtebronnen
  • de gevolgen voor de energie-infrastructuur
  • al gerealiseerde projecten en plannen.

De RES is daarmee een instrument om de ruimtelijke inpassing van de energietransitie met maatschappelijke betrokkenheid te organiseren. De RES is ook een manier om langjarige samenwerking tussen alle regionale partijen te organiseren. Deze samenwerking tussen provincie, waterschappen, gemeenten, de netbeheerders, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven, kan gezamenlijk gedragen keuzes bevorderen. Maar ook helpen bij het formuleren en vaststellen van omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk, waarvoor de RES een bouwsteen is. In dat omgevingsbeleid vindt integrale besluitvorming over de fysieke leefomgeving plaats, op grond waarvan vergunningen kunnen worden verleend. Besluitvorming vindt plaats via het omgevingsbeleid van de verschillende overheden en het beleid van de Waterschappen.

Wat is de RES opgave en het RES tijdspad?

De voorlopige landelijke opgave uit het ontwerp Klimaatakkoord voor hernieuwbare elektriciteit op land is 35 TWh in 2030. De opgave voor elektriciteit is techniek neutraal. Dat betekent dat regio’s zelf kunnen kiezen welke verhouding zij kiezen tussen zon en wind.

In de gebouwde omgeving gaat het om de transformatie van ruim 7 miljoen huizen en 1 miljoen gebouwen, naar goed geïsoleerde woningen en gebouwen, die duurzaam worden verwarmd en van elektriciteit worden voorzien in 2050. Met de RES geven regio’s invulling aan deze landelijke opgave met maatregelen die passen bij de ambitie en kenmerken van de regio.

Het definitieve Klimaatakkoord zal in het najaar 2019 ondertekend worden. De concept-RES moet vóór 1 juni 2020 worden aangeleverd bij het Nationaal Programma RES, De RES1.0 moet vóór 1 maart 2021 zijn aangeleverd. De RES wordt vervolgens om de twee jaar herijkt. Kennisinstituut PBL toetst al de plannen aan de landelijke klimaatopgaven.

Elektriciteit

Per regio wordt gerapporteerd over de regionale hoeveelheid duurzame elektriciteit opwekking; projectlokaties voor energietrajecten en onderbouwing van ruimtelijke inpasbaarheid van de plannen. 

Warmte

Voor de opgave gebouwde omgeving maakt elke regio een Regionale Structuur Warmte. Dit is een voorstel voor de regionale verdeling van warmte. Daarin is opgenomen hoe het warmteaanbod, de warmtevraag en de infrastructuur op regionaal niveau met elkaar kunnen worden verbonden en wat hierin de ambitie is.

 

Figuur 1. Wat is de inhoudelijke RES opgave? Bron: Nationaal  Programma Regionale Energiestrategieën

.

 

2. Algemeen beeld Zuid-Holland. Waar staan we? 

In Zuid-Holland wordt in zeven regio’s gewerkt aan de RES. De verschillen tussen de Zuid-Hollandse regio’s zijn groot, zowel in fysieke (onder andere oppervlakte, landschap, infrastructuur) als sociaal-economische zin (mate van verstedelijking, samenwerkingsstructuren, economische activiteiten). Het spectrum loopt van Goeree-Overflakkee (49 duizend inwoners, landelijk, kleine kernen) tot Rotterdam-Den Haag (ruim 2,3 miljoen inwoners, veel industrie, sterk verstedelijkt). Het is niet moeilijk voor te stellen dat de complexiteit van de opgave voor de individuele regio’s verschilt.

Figuur 2 laat het absolute energiegebruik van de regio’s zien. Het is niet verwonderlijk dat de regio Rotterdam-Den Haag de regio is met het hoogste energiegebruik in Zuid Holland in 2014/15/16.

Figuur  3 geeft de door de regio’s gehanteerde tijdlijnen weer met daarin de voornaamste mijlpalen tijdens het RES proces naar 2050. Uit de figuur kan opgemaakt worden dat het aantal tussen stappen en gedefinieerde doelen op de tijdlijn tussen de RES regio’s verschilt.

 

 

 

 

 

 

Figuur 2. Energiegebruik in PJ per regio in 2014, 2015 of 2016.  Bron: 2019 PZH Evaluatie update RES rapport

 

 

Figuur 3. Door de regio’s gehanteerde tijdlijnen met daarin de voornaamste mijlpalen. In elke regio is gewerkt met toekomstscenario’s, soms meerdere. Voor de vergelijking is steeds maar één  scenario als referentie genomen. (zie factsheets)  Bron: 2019 PZH Evaluatie update RES rapport

 

Figuur 4. Proces voortgang strategievorming per PZH RES regio. Bron: Provincie Zuid-Holland 

Figuur 4 geeft het governance overzicht van de voortgang van het RES proces en de (tussen)producten die in de afgelopen periode al zijn gemaakt. 

De ruimtelijke dimensie van de energietransitie

In alle RES’en wordt aandacht besteed aan de ruimtelijke dimensie van de energietransitie. Dit is een belangrijke, niet te onderschatten innovatie in het denken over de verduurzaming van de energievoorziening.

Waar voorheen (voor 2013) het thema energie vooral technisch werd benaderd (in kiloton CO2-reductie, MW of MWh) wordt in de nieuwe generatie plannen expliciet gekeken naar de mogelijkheden van het landschap voor inpassingen van duurzame energieproductie en de impact op het landschap en de ruimteordening. Hoe dat wordt ingevuld verschilt per regio. In alle regio’s is en wordt gewerkt met ruimte-ateliers, waarin vaak met een groot aantal regionale stakeholders wordt bekeken op welke locaties realisatie van duurzame energie denkbaar zou kunnen zijn.

 

.

 

3. Regionaal perspectief 

Het doel van de regionale energiestrategie is het verduurzamen van de energievoorziening. Daarvoor is in iedere regio de opgave berekend door het verwachte toekomstige verbruik (in het zichtjaar, doorgaans 2050, soms eerder) te verminderen met de verwachte effecten van besparing. Warmte en elektriciteit vormen samen de hoofdmoot van die opgave; motorbrandstoffen worden niet getoond in de kaart, omdat de vervanging naar duurzame alternatieven niet is uitgewerkt. In de regionale benadering is vervolgens verkennend onderzocht in hoeverre de regio zelf kan voorzien in de behoefte aan duurzame energie. De resultaten zijn per regio voor warmte en elektriciteit samengevat in bijgaande kaart.

In de kaart is voor elke regio aangegeven hoe het verwachte verbruik in het zichtjaar (2050, 2040 of 2030) is, zowel voor als na verwachte besparingseffecten. De kolom ernaast toont de regionale opwek volgens het gekozen referentiescenario. In de derde kolom wordt zichtbaar gemaakt wat het tekort of overschot aan warmte of elektriciteit is.

Het is belangrijk bij het lezen van de kaart rekening te houden met het volgende:

De kaart heeft een update gehad voor vier regio’s. Het betreft alleen warmte en elektriciteit, andere energiedragers zijn buiten beschouwing gelaten vanwege ontbrekende data. De besparingseffecten zijn niet door alle regio’s uitgesplitst naar warmte en elektriciteit; in die gevallen is het besparingspercentage evenredig over beide energiedragers verdeeld. Holland Rijnland en Midden-Holland hebben maximaal mogelijke opwek berekend; andere regio’s hebben alleen de eigen energiebehoefte als uitgangspunt genomen.

 

 

Uit de kaart (figuur 7) komt het volgende beeld naar voren:

In de zes van de zeven regio’s, individueel en gezamenlijk, lijkt een substantieel warmtetekort te resteren na realisatie van de referentiescenario’s. De regio Rotterdam-Den Haag heeft een significant restwarmtepotentie, die de tekorten in andere regio’s zou kunnen afdekken. Vrijwel geen enkele regio heeft voor invulling van de eigen energiebehoefte naar opties buiten de eigen regio gekeken. Hier ligt een opgave om warmtevraag en – aanbod bovenregionaal op elkaar af te stemmen.

De gezamenlijke elektriciteitsbehoefte kan in theorie deels worden gedekt door de gezamenlijke opwekmogelijkheden, gegeven het significante potentiële overschot van met name Holland Rijnland. Het tekort van Rotterdam-Den Haag kan niet volledig worden gedekt. Het is echter onzeker in hoeverre de productie van Holland-Rijnland gerealiseerd kan worden; Holland Rijnland heeft een theoretisch maximale opwek berekend waarbij de bestaande kaders voor ruimtelijke inpassing deels terzijde zijn gelegd.

De regionale verschillen in energiegebruik, besparing en opwek kenmerken en ambities worden ook geïllustreerd in de volgende figuren (figuur 5 en 6).

 

Figuur 5. Energiegebruik in het zichtjaar 2030, 2040 of 2050 en daaronder de besparing en opwek van het (referentie)scenario in PJ. De hoeveelheid die resteert is een overschot (links) of een tekort (rechts). Bron: 2019 PZH Evaluatie update RES rapport

Figuur 5. laat de vergelijking zien tussen de regio’s wat betreft de ambitie, opgaven en besparingsambitie in het uitgestippelde referentiescenario. Om de regio’s onderling zinvoller te kunnen vergelijken is de opwek van hernieuwbare energie uitgedrukt per inwoner en per km2 oppervlakte.

Ondanks de unieke uitgangspositie van elke regio worden de onderlinge verhoudingen tussen de regio’s beter zichtbaar. De regio Rotterdam-Den Haag is bijvoorbeeld vanwege zijn omvang en hoge mate van stedelijkheid een uitzondering op de overige regio’s.

Grafiek opwek per inwoner, besparing % per regio en opwek per km2

Figuur 6.  Opwek per inwoner (referentiescenario), Besparing per regio, afgezet tegen het energiegebruik in het zichtjaar en opwek per km2 (referentiescenoario) (zie factsheets). Bron: 2019 PZH Evaluatie update RES rapport

 

Figuur 7. Gebruik en opwekking van energie. Bron: 2019 PZH Evaluatie update RES rapport

.

 

4. Regionale factsheets

 


 

RUIMTELIJKE ANALYSES EN ONTWERPPRINCIPES

In dit hoofdstuk zijn de regionale factsheets opgenomen waarin per regio in kaart is gebracht welke stappen zijn gezet in de ontwikkeling van een regionale energiestrategie (RES). Voor de regio’s Alblasserwaard, Drechtsteden, Holland Rijnland, en Rotterdam-Den Haag is in 2019 een update gemaakt. De factsheets van de overige regio’s kunnen gevonden worden in het document ‘Regionale Energiestrategieeën in Zuid-Holland’, augustus 2018. Per sheet is gebruikt gemaakt van een vaste indeling om de vergelijkbaarheid te vergroten. Desondanks wordt de vergelijkbaarheid enigszins beperkt, doordat uitgangspunten, basisjaren en doeljaren per regio variëren. Hieronder staat per onderdeel van de factsheets beschreven wat de belangrijkste punten zijn om mee te nemen bij het bekijken van de factsheets.

De statistieken zijn gebaseerd op de cijfers van CBS uit 2018. Deze zijn gebruikt om een algemene indruk van de regio te geven: aantal inwoners, bodemgebruik, samenstellende gemeenten. Deze informatie is onder andere relevant voor de ruimte die de regio heeft voor de energietransitie.

 

  1. KENMERKEN REGIO
  2. OPGAVE EN 3. TOELICHTING

 

In schema en in toelichting worden de volgende onderdelen behandeld:

Energievraag huidig

Niet alle regio’s hanteren hetzelfde basisjaar voor meting van het huidig verbruik. Per regio worden de uitgangspunten vermeld. De cijfers zijn gebaseerd op de informatie in de brondocumenten; er zijn hiervoor geen nieuwe berekeningen gemaakt.

Energievraag zonder besparing toekomst

Er wordt niet altijd hetzelfde doeljaar gebruikt. Er is omschreven of het proces van de regio uitgaat van een veranderd gebruik voor de toekomst (bijvoorbeeld door populatiegroei en/of besparing) of van het huidige verbruik.

Besparing toekomst

Hier wordt er omschreven op basis van welke uitgangspunten de hoeveelheid besparing is bepaald.

Opwekpotentie toekomst

Hier staat de opwekpotentie van het referentiescenario dat in de verkenning wordt gegeven. Bij de regio’s Midden- Holland en Holland Rijnland is de technisch maximale opwekpotentie berekend, waarbij de technische potentie van het gebied is onderzocht. Bij de Hoeksche Waard is de maximale opwekpotentie wel genoemd, al wordt die bepaald door te kijken wat er moet worden opgewekt voor energieneutraliteit. In de andere regio’s is er geen technisch maximale opwekpotentie bekend.

 

 

Restopgave

In de restopgave uitgegaan van het gebruik in 2050/2040/2030, met daarvan afgehaald de besparing en opwek na uitvoering van het referentiescenario. Op deze manier zien we de restopgave die aanwezig is in de regio, wanneer de besparingsopgave en opwekopgave volledig uitgevoerd zouden zijn. De restopgave is van belang voor de bovenregionale opgave, waarin regio’s verdere verduurzaming door samenwerking buiten hun eigen grenzen moeten regelen.

NB: In sommige gevallen kan het zijn dat de getallen niet optellen als gevolg van afronding.

  1. PROCES

Dit onderdeel beschrijft op hoofdlijnen welke stappen de regio heeft gevolgd om tot de huidige resultaten te komen. Hierin worden de bronnen genoemd die zijn gebruikt voor het onderzoek. De status van de huidige resultaten wordt beschreven.

  1.  RUIMTELIJKE PRINCIPES

Belangrijk onderdeel van de regionale strategievorming is de vertaling naar de ruimtelijke impact van de scenario’s. Dit onderdeel geeft inzicht in de daarbij gehanteerde uitgangspunten.

  1. SCOPE

Voor de vergelijkbaarheid van de regionale strategieën is het relevant te weten welke aspecten wel en niet zijn meegenomen. Ook ambitie en (tussentijdse) doelstellingen worden hier beschreven.

  1. Procesverloop

De in de regio gevolgde processtappen worden in een tijdlijn gevisualiseerd, waarbij opgeleverde documenten zijn vermeld.

  1. Governance

De in de regio ontwikkelde governancestructuur wordt hier beschreven en in een schema gevisualiseerd. Daarbij wordt aangeven welke partijen betrokken zijn in het proces om tot een RES te kom

.

 

 

5. Stand van zaken realisatie hernieuwbare energie

Het Nationaal Programma RES ondersteunt de regio’s bij het maken van de RES. Dit doet zij door middel van kennis ontwikkeling en delen, data ondersteuning (analyses, rekenmethodieken etc.) of informatie over het Klimaatakkoord. De NPRES heeft onder andere analysekaarten gepubliceerd waar de technische potentie van opwekmogelijkheden van hernieuwbare energie per RES regio wordt weergegeven. 

De Klimaatmonitor geeft op gedecentraliseerd, lokaal niveau inzicht in de energietransitie.

De Klimaatmonitor is een monitoringportaal van het Rijk dat gegevens voor de monitoring van lokaal en regionaal klimaat- en energiebeleid presenteert. Met deze gegevens kunnen voor gemeenten, regio’s en provincies de CO2-uitstoot, het energiegebruik en de opwekking van hernieuwbare energie weergegeven worden.

In de Klimaatmonitor zijn de volgende energietransitie trends en ontwikkelingen in de 7 PZH RES regio’s te zien.

Bron: Klimaatmonitor

 

6.Bronnen

Bekijk ook de concept RES rapportages (mei 2020) van de RES regio’s in Zuid-Holland

Disclaimer. Het RES proces is een ongoing, dynamisch proces met continue veranderingen. Sommige data, conclusies en uitspraken kunnen ingehaald worden door de tijd en gedateerd raken. Een deel van de gepresenteerde data en kaarten zijn gebaseerd op de producten die zijn opgeleverd in de verkennende en strategievormende fase van de RES’en. De daadwerkelijke data en gebruikte eenheden sluiten aan bij de Klimaatmonitor.