Nieuwe woonbestemmingen

De provincie Zuid-Holland heeft een verkenning gedaan naar bestemmingswijzigingen binnen de provincie. Dit factsheet voor het thema wonen, maakt inzichtelijk waar in 2014 nieuwe woonbestemmingen zijn bijgekomen. Met andere woorden: waar in 2014 in de provincie Zuid-Holland, planologisch de ruimte wordt geboden voor nieuwbouw en transformatie naar wonen. Hieruit blijkt dat 83% van de nieuwe woonbestemminggronden binnen Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD), 3ha-locaties en linten worden bestemd.

De Provincie Zuid-Holland voert het beleid om de verstedelijking zoveel mogelijk te concentreren binnen de reeds bebouwd ruimte en deze ruimte ook beter benutten. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. In de Visie Ruimte en Mobiliteit zijn BSD en de Linten concreet vastgelegd en staat het logistiek-industrieel systeem als indicatieve zones aangegeven.

Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. Als handelingskader wordt de ladder voor duurzame verstedelijking gevolgd. Ontwikkelingen van meer dan 3 ha. die niet binnen BSD kunnen plaatsvinden, kunnen onder voorwaarden worden ontwikkeld in de zgn. ‘3 ha.-locaties’. Deze zijn vastgelegd in het Programma Ruimte.​   
 

Waar zijn nieuwe woonbestemmingen bestemd?

 In 2014 zijn er verspreid over de provincie locaties bestemd met een woonbestemming.  83% (147 hectare) van de in 2014 nieuw bestemde te bebouwen woongronden valt binnen BSD, 3ha-locaties en linten. Veel van deze nieuwe woonbestemmingen vallen in de 3ha locaties.17% (30,5 hectare) van de nieuwbestemde te bebouwen woongronden valt buiten BSD, 3ha-locaties en de linten. 
We hebben het hier over hectares grond, niet over aantallen woningen. De aantallen woningen zijn nog niet geautomatiseerd uit de bestemmingsplannen te halen.

Grotere kaart weergeven

Kaart Nieuwe Woonbestemmingen ten opzichte van BSD, 3ha-locaties en Linten, jaar 2014, inclusief type ontwikkeling (NB. Exclusief uitwerking van Woongebied naar Wonen/Tuin).​

Een deel van de nieuwe bestemming Wonen betreft een uitwerking van de globale bestemming Woongebied. Soms komt ook een tegengestelde beweging voor, waarbij de gedetailleerde bestemming wordt omgezet naar een bestemming Woongebied. Om op die manier meer flexibiliteit in te bouwen. Daadwerkelijke planologische ontwikkeling voor wonen zit alleen in de functieverandering van een niet-wonen functie naar een woonfunctie.

Transformatie/hergebruik of nieuwe stedelijke ontwikkeling ?

Voor de met woonbestemmingen (Wonen, Woongebied en Tuin) bestemde locaties is onderzocht of zij deze bestemming of functie (BAG VBO-Gebruiksdoel) daarvoor ook hadden. Wijken deze van elkaar af dan impliceert dat een functieverandering en daarmee ook een planologische ontwikkeling. Vervolgens wordt onderscheid gemaakt tussen stedelijke ontwikkeling en transformatie/hergebruik.

Van nieuwe stedelijke ontwikkeling is sprake als de voorgaande bestemming geen ‘stedelijke/bebouwde-functie betrof en een BAG-registratie ontbreekt. Een (stedelijke) transformatie is een functie- of bestemmingsverandering van de ene naar een andere stedelijke functie/bestemming door sloop/nieuwbouw of binnen bestaande bouw.

Bevindingen en signalen

  • Het 83% van de toegevoegde planologische plancapaciteit aan woongrond vindt plaats binnen het verstedelijkt gebied van BSD, 3ha-locaties en de Linten.
  • Vooral veel nieuw Wonen is bestemd op de 3ha-locaties.
  • 17% van de nieuwe woonbestemmingen worden buiten het verstedelijkt gebied ontwikkeld. Dit gaat bijvoorbeeld om transformatie van glastuinbouw naar wonen. (zoals bijvoorbeeld in de Gemeente Waddinxveen) en sluit daarmee aan op provinciaal beleid.

  • De nieuwe woonbestemmingen komen vaker in de vorm van nieuwe bebouwing tot stand dan als gevolg van transformatie/hergebruik  (6,5 % van de gevallen).​ 

Berekeningswijze en Veronderstellingen


In deze factsheet is de harde planologische bestemmingsplancapaciteit onderwerp van studie. Alleen vastgestelde en/of onherroepelijke bestemmingsplannen van 2014 zijn onderzocht. 2015 volgt zo snel mogelijk. We werken aan de opbouw van een tijdreeks. Alleen daarmee kunnen trends en beleidseffecten worden waargenomen. Bestemmingsplannen zijn sinds kort digitaal beschikbaar en nog niet compleet dekkend voor heel Zuid-Holland.

Door de nieuwe hoofdbestemming te vergelijken met de voorgaande hoofdbestemming wordt de planologische ontwikkeling in beeld gebracht. Voor wat betreft de woonfunctie gaat het hier om de hoofdbestemmingen ‘Wonen’, ‘Tuin’ en ‘Woongebied’. De analyses van de bestemmingsplandata bevinden zich in een ontwikkelingsfase. De onderzoeksmethode zal de komende periode verder worden verfijnd. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij het lezen van de factsheets en kaartbeelden. De analyses hebben een signalerende en monitoringsfunctie. Zo zijn hoofdbestemmingen niet altijd direct tot functies te herleiden en hier zit enige ruis tussen.


Bij toekomstige analyses wordt hierin een verbeteringsslag voorzien, door ook bestemmingsnaam en functieaanduiding te analyseren. Op dit moment worden alleen bestemmingsvlakken met elkaar vergeleken. Resulteren in inzicht in de verandering van grondgebruik. Om ook inzichten in planologische plancapaciteit in aantallen en vloeroppervlakten wordt op dit moment aanvullend onderzoek uitgevoerd.

Omdat nog niet op alle plekken een vigerend digitaal bestemmingsplan (conform IMRO2008 of later) beschikbaar is, is voor een deel van de nieuwe plannen geen voormalig digitaal plan beschikbaar om mee te vergelijken. Om in deze gevallen een ontwikkeling te constateren wordt de bestemming vergeleken met de functie in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Meer informatie hierover en over de gevolgde werkwijze vindt u in de Bijlage Berekeningswijze en Veronderstellingen Verkenning Bestemmingsplandata.