Nieuwe werkbestemmingen 2014

De provincie Zuid-Holland heeft een verkenning gedaan naar de ontwikkeling van de planologische plancapaciteit binnen de provincie. Dit factsheet voor het thema werken, maakt inzichtelijk waar utilitaire werkbestemmingen zijn bijgekomen. Met andere woorden: waar nieuwe planologische ruimte wordt geboden voor nieuwbouw van, en transformatie naar werkfuncties. Hieruit blijkt dat in 2014 de nieuwe of herbestemde werkfuncties voor 86% binnenstedelijk zijn bestemd. De grootste uitzonderingen hierop zijn de randen van het Havengebied Rotterdam en de locatie Glasparel te Waddinxveen. 

De Provincie Zuid-Holland voert het beleid om de verstedelijking zoveel mogelijk te concentreren binnen de reeds bebouwd ruimte en deze ruimte ook beter benutten. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. In de Visie Ruimte en Mobiliteit zijn BSD en de Linten concreet vastgelegd en staat het logistiek-industrieel systeem als indicatieve zones aangegeven.

Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen 

BSD. Als handelingskader wordt de ladder voor duurzame verstedelijking gevolgd. Ontwikkelingen van meer dan 3 ha. die niet binnen BSD kunnen plaatsvinden, kunnen onder voorwaarden kunnen worden ontwikkeld in de zgn. ‘3 ha.-locaties’. Deze zijn vastgelegd in het Programma Ruimte. ​In 2014 is 1370 hectare op(nieuw) bestemd voor ontwikkeling van werklocatie. Dat is 0,6% van het totale grondoppervlak van de Provincie Zuid-Holland.

Waar zijn nieuwe werkbestemmingen bestemd?

86% (1150 hectare/voetbalvelden en 0,4% van Zuid-Holland) van de nieuwe werkbestemmingen is binnen BSD, de ‘3ha.-locaties’ en vastgestelde ‘Linten’ gesitueerd.​ 14% van de nieuw bestemde werklocaties(190 hectare/voetbalvelden en 0,06% van Zuid-Hollandse grond)

is buiten BSD gesitueerd. Naast de locaties aan de randen van het Havengebied en de Glasparel te Waddinxveen om, is er slechts op enkele plaatsen sprake van nieuwe werkbestemmingen buiten het verstedelijkt gebied.

Grotere kaart weergeven

Kaart (webmap) en tabel: Nieuwe werkbestemmingen ten opzicht van BSD,

3ha-locaties en de linten, en type ontwikkeling in 2014. ​

Transformatie/hergebruik of nieuwe ontwikkeling?

Voor de als werkbestemmingen bestemde locaties is onderzocht of zij deze bestemming of functie (BAG VBO-Gebruiksdoel) daarvoor ook hadden. De bestemmingen zijn hiervoor ingedeeld in categorieën, die zijn gekoppeld aan de indeling in de BAG, te weten; de winkelfunctie, kantoorfunctie, industriefunctie en overige functies.

Wijken zij van elkaar af dan impliceert dat een functieverandering en daarmee ook een planologische ontwikkeling (functieverandering). Vervolgens wordt onderscheidt gemaakt tussen nieuwe ontwikkeling en transformatie/hergebruik. Van een nieuwe ontwikkeling is sprake als de voorgaande bestemming geen ‘gebouwde-functie betrof en een BAG-registratie 

ontbreekt. Een  transformatie is een functie- of bestemmingsverandering van de ene naar de ander gebouwde functie/bestemming. ​

Bestemming ‘gemengd’ is hier aan de werklocaties toegevoegd, terwijl er vaak ook woningbouw in gepland is. Dit is echter niet automatisch uit de bestemmingsgegevens te halen. Hierdoor is bijvoorbeeld het Norfolkterrein in Den Haag nu bij werklocaties opgeteld, terwijl het voornamelijk een woonbestemming heeft. Er wordt gekeken hoe dit soort ‘foutjes’ in de volgende ronde eruit gehaald kunnen worden. Het onderstreept in ieder geval de noodzaak voor verdere standaardisering bij het invullen van de digitale bestemmingsplannen.

Berekeningswijze en veronderstellingen

In deze factsheet is de harde planologische bestemmingsplancapaciteit onderwerp van studie. Alleen vastgestelde en/of onherroepelijke bestemmingsplannen zijn onderzocht. Door de nieuwe hoofdbestemming te vergelijken met de voorgaande hoofdbestemming wordt de planologische ontwikkeling in beeld gebracht. Voor wat betreft de werkfuncties gaat het hier om de hoofdbestemmingen ‘Bedrijf’, ‘Bedrijventerrein’, ‘Centrum’, ‘Cultuur en ontspanning’, ‘Detailhandel’, ‘Dienstverlening’, ‘Gemengd’, ‘Horeca’, ‘Kantoor’, ‘Maatschappelijk’, ‘Sport’ en ‘Overig’.

De analyses van de bestemmingsplandata bevinden zich in een ontwikkelingsfase. De onderzoeksmethode zal de komende periode verder worden verfijnd. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij het lezen van de factsheets en kaartbeelden. De analyses hebben een signalerende en monitoringsfunctie. Zo zijn hoofdbestemmingen niet altijd direct tot functies te herleiden en zit hier enig ruis tussen.

 Bij toekomstige analyses wordt hierin een verbeteringsslag voorzien, door ook bestemmingsnaam en functieaanduiding te analyseren. Op dit moment worden alleen bestemmingsvlakken met elkaar vergeleken en resulteren in inzicht in de verandering van grondgebruik. Om ook inzichten in planologische plancapaciteit in aantallen en vloeroppervlakten te verkrijgen wordt op dit moment aanvullend onderzoek uitgevoerd. 

Omdat nog niet op alle plekken een vigerend digitaal bestemmingsplan (conform IMRO2008 of later) beschikbaar is, is voor een deel van de nieuwe plannen geen voormalig digitaal plan om mee te vergelijken. Om in deze gevallen een ontwikkeling te constateren wordt de bestemming vergeleken met de functie in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Meer informatie hierover en over de gevolgde werkwijze vindt u in de Bijlage Berekeningswijze en Veronderstellingen Verkenning Bestemmingsplandata.

Voor het jaar 2014 geldt dat het overgrote deel van de nieuwe plancapaciteit aan werkbestemmingen binnen nieuw toegevoegd plangebied plaatsvindt. Hier zijn de werkbestemmingen vergeleken met het ´gebruiksdoel´ in de BAG-registratie en niet met de voorgaande bestemming. De signalen en kaartbeelden moeten met deze kanttekening worden bekeken, omdat er sprake is van enige ruis tussen deze twee datasets, namelijk tussen bestemming en gebruiksdoel. ​