Mobiliteitsgedrag

Zuid-Holland is de meest verstedelijkte provincie, waarin twee van Nederlands grootste steden liggen, met veel dagelijkse verplaatsingen tussen woon- en werkomgeving. De opgave van de provincie Zuid-Holland is om ervoor te zorgen dat reizigers en goederen vlot en veilig op de bestemming komen. Daarbij wil de provincie meer passagiers in het openbaar vervoer, meer vervoer over water, betere benutting van bestaande en nieuwe wegen en meer mensen op de fiets. Om deze ambities te kunnen waarmaken is inzicht in het mobiliteitsgedrag van de inwoners van Zuid-Holland essentieel; hoeveel kilometers worden er per jaar gemaakt en met welke vervoerwijze. Van welke vervoerwijze maakt men gebruik bij het reizen naar school, naar het werk of voor privé doeleinden en is er een verschil in mobiliteitsgedrag tussen autochtonen en allochtonen of mannen en vrouwen. Al deze ontwikkelingen komen in deze factsheet aan bod.

In Zuid-Holland is in de periode 2010-2016 het totaal aantal afgelegde kilometers toegenomen van 35 miljard naar 37,3 miljard. Dit is een toename van 6,6%. In Nederland is het reizigerskilometrage in dezelfde periode stabiel gebleven.
Vooral per fiets, per trein en door ​auto(bestuurder) zijn in Zuid-Holland meer kilometers afgelegd.

​​Als naar de aandelen van de diverse vervoerwijzen in het totaal kilometrage wordt gekeken blijkt dat in Nederland meer dan driekwart van de reizigerskilometers per auto (autobestuurder + autopassagier) wordt afgelegd. In Zuid-Holland is dit net iets minder dan driekwart.
Ten opzichte van Nederland ligt het aandeel van het openbaar vervoer (trein + bus, tram en metro) in het totaal aantal reizigerskilometers duidelijk hoger dan in Nederland. Het aandeel fietskilometers ligt een fractie lager.

In onderstaande grafieken wordt het gebruik van vervoerwijzen naar verschillende reismotieven in zowel totaal Nederland als Zuid-Holland in beeld gebracht. Over het algemeen vertoont Zuid-Holland niet een ander beeld dan Nederland. Een aantal kleine verschillen op een rij: Voor het motief onderwijs worden in Zuid-Holland ten opzichte van Nederland kortere afstanden afgelegd met de auto, duurt een fietsrit naar school korter en gebruikt men minder vaak de auto of loopt men minder vaak naar een onderwijsinstelling.
Voor het motief privéreizen worden in Zuid-Holland beduidend kortere afstanden met het openbaar vervoer afgelegd, duurt de reis voor bijna alle modaliteiten (uitzondering “lopen”) korter en loopt men iets vaker dan in Nederland. Voor het motief werk/zakelijk tenslotte leggen Zuid-Hollanders kortere afstanden per auto af dan in geheel Nederland, zit men langer in het openbaar vervoer en maakt men ook meer verplaatsingen in het openbaar vervoer.

In de volgende grafieken wordt ingezoomd op de mobiliteit naar persoonskenmerken als herkomst, leeftijd, werkzaam (fulltime/parttime) en geslacht. Door de verscheidenheid aan variabelen bevatten deze grafieken veel informatie. Hier worden een aantal ontwikkelingen op hoofdlijnen aangestipt zonder uitputtend te zijn. Als naar de herkomst van mobilisten wordt gekeken valt op dat de niet-westerse allochtoon minder vaak, ver en langer reist dan autochtonen en westerse allochtonen. Dit geldt zowel voor mannen als vrouwen. Als de leeftijd wordt bekeken blijkt dat bij de mannen de langste afstanden en in duur de langste verplaatsingen door mannen in de leeftijd van 35-50 worden gemaakt. Mannen tussen de 25 en 35 maken de meeste verplaatsingen.
Bij de vrouwen worden daarentegen de langste verplaatsingen in afstand en duur gemaakt door vrouwen in de leeftijd van 18-25, vrouwen tussen de 35-50 maken de meeste verplaatsingen. Voor mannen met een fulltime baan (>= 30 uur per week) geldt dat de afstand in de periode 2010-2014 redelijk stabiel is gebleven,maar dat de reisduur en het aantal verplaatsingen zijn afgenomen. Bij de werkzame mannen die tussen de 12 en 30 uur per week werken valt de grilligheid van jaar tot jaar op in zowel de afstand, reisduur als het aantal verplaatsingen. Mogelijk dat de steekproef omvang hierin een rol speelt. Bij de werkzame vrouwen valt op dat zij in de periode 2010-2014​ voor een parttime baan, bereid zijn beduidend verder en langer te reizen. Daarentegen reizen vrouwen, zowel voor fulltime als parttime banen steeds minder vaak.

Mobiliteitsbeeld 2015

Mobiliteitsbeeld 2016

Mobiliteitsbeeld 2017