Kwalitatieve woningbouwopgave

De Provincie heeft in haar Visie Ruimte en Mobiliteit opgenomen dat vraag en aanbod van woningen kwantitatief en kwalitatief in balans moeten zijn.​ Met behulp van woonmilieus wordt de (ruimtelijke) kwaliteit van verschillende typen wijken en buurten onderscheiden. Hiermee kunnen gemeenten sturen op de kwaliteit van de nieuw geplande en bestaande woon/leefomgevingen om zo het kwalitatieve aanbod in balans te brengen met de kwalitatieve vraag.

 

De door het Rijk en Provincie gehanteerde ABF-woonmilieu indeling laat zich echter niet makkelijk gebruiken om op locaal niveau op kwaliteit te sturen en geeft ook niet altijd een correct beeld van het aanbod aan bestaande woonmilieus. Daarom heeft de Provincie de samenwerkende gemeenten aangezet om nieuwe indelingen te ontwikkelen. De meeste regio’s hebben dit opgepakt. De Rotterdamse en Haagse regio’s hebben de Rosetta-indeling ontwikkeld die meer aansluit bij de beleving van de burger.
De Provincie heeft beide indelingen nu voor heel Zuid-Holland in kaart gebracht. Hiermee kan worden onderzocht of de ene indeling mogelijk voordelen biedt ten opzichte van de andere indeling. 

Wat opvalt is dat de Rosetta-indeling een intuitiever beeld geeft dan de ABF-indeling. Zo wordt bij Rosetta het oude dorp van Zoetermeer ook een dorps woonmilieu genoemd (volgens ABF is het groenstedelijk). Rosetta maakt geen onderscheid tussen een suburbane-wijk van een kleine gemeente (volgens ABF is dat ‘Centrum Dorps’) en die van een grote gemeente (volgens ABF  ‘stedelijk naoorlogs’). Rosetta deelt deze allemaal in bij de categorie ‘woonwijk met eengezinswoningen’ of ‘woonwijk met appartementen’.
 Als het aanbod per woonmilieu wordt opgeteld, komen de verschillen tussen de woonmilieu indelingen duidelijk naar voren.


Volgens de ABF-indeling zijn de meeste woonmilieus stedelijk of (centrum)dorps en hebben we sinds de oorlog vooral dorpse woonmilieus bijgebouwd.  Volgens de Rosetta-indeling is het aanbod aan stedelijk en dorps juist veel kleiner en valt het meeste aanbod in woonwijken die niet als stedelijk of dorps,maar als suburbaan of monofunctionele woonwijk worden getypeerd. Dit zijn de ruim opgezette jaren 60, 70, 80 en VINEX-wijken. Vrijwel de hele naoorlogse voorraad valt volgens de Rosetta in deze categorie. Dit beeld werd ook bevestigd door 40.000 respondenten van de Grote Woon Test aan wie is gevraagd in wat voor soort woonmilieu zij vinden dat zij wonen.

Uit de ABF-indeling komt een grote voorraad centrum stedelijke woonmilieus, terwijl die voorraad volgens de Rosetta-indeling de helft kleiner is. Volgens behoefteramingen die ABF gebruiken is de centrumstedelijke opgave dan ook klein, terwijl onderzoeken die Rosetta-indeling gebruiken hier juist een grote opgave zien.


Opvallend is ook wat er door ABF onder ‘Groen Stedelijke woonmilieus’ wordt verstaan. Nadere beschouwing laat zien dat dit alle wijken en buurten zijn die aan of in een park liggen, terwijl ze alle mogelijke bebouwingstypen en ruimtelijke opzet hebben en door Rosetta in verschillende categorien worden ingedeeld.

ABF en Rosetta geven een ander beeld van de bestaande voorraad en leiden tot een andere behoefte raming en kwalitatieve woningbouwopgave. De kwalitatieve woningvraag op basis van Rosetta is momenteel alleen voor de Rotterdamse en Haagse regio’s beschikbaar. Voor heel Zuid-Holland komt binnenkort op basis van de ABF-indeling de kwalitatieve woonbehoefte uit het WoON Onderzoek Nederland 2015 (WoON) beschikbaar in de provinciale Woning Markt Verkenning.