Finaal energiegebruik

Het energiegebruik is tussen 2010 en 2012 afgenomen, mede door de economische crisis, maar sindsdien juist weer licht gestegen. In 2016 is er weer een afvlakking waarneembaar van 431,6 in 2015 naar 429,6 PJ. Finale energie betreft het energiegebruik van eindgebruikers; energie die daarna niet meer bruikbaar is. In een woning bijvoorbeeld gaat het dan om het totale energiegebruik van gas, elektriciteit en warmte.

De provincie gaat uit van de Trias Energetica. Dat betekent dat we allereerst zoveel mogelijk energie willen besparen, de energie die we nodig hebben zoveel mogelijk duurzaam willen opwekken en de fossiele brandstof die we dan nog nodig hebben, zo schoon mogelijk inzetten. De provincie monitort het finale energiegebruik binnen de provincie, dus het energiegebruik van eindgebruikers. Energiebesparing is een belangrijk aspect binnen de gehele energietransitie. Helaas kunnen we energiebesparing hier niet weergeven omdat er onvoldoende bruikbare gegevens op provinciale schaal beschikbaar zijn.

Inspanningen om efficiënter met energie om te gaan leiden niet altijd tot absolute energiebesparing. Als het energiegebruik per ton product halveert, maar de productie verdubbelt, is er per saldo geen besparing en zie je die efficiëntie niet terug in de cijfers. Gelukkig is wel te zien dat de kleine daling in het energiegebruik van het afgelopen jaar vanuit de industrie is gekomen (2 PJ). Zowel de gebouwde omgeving als de mobiliteit en de tuinbouw zijn gelijk gebleven. over de afeglopen 5 jaar gekeken is de grootste besparing te vinden in de gebbouwde omgeving en de land en tuinbouw.

Finale energie betreft het energiegebruik van eindgebruikers; energie die daarna niet meer bruikbaar is. Bijvoorbeeld in een woning gaat het om het totale energiegebruik van gas, elektriciteit en warmte.

Het verschil tussen primair en finaal energiegebruik kan per sector groot zijn. Dat geldt vooral voor de (fossiele) energieproducenten, zoals een gas- of kolencentrale. In het finaal energiegebruik telt de inzet van gas, kolen en olie niet mee voor die sector indien deze zijn omgezet in een andere energievorm of producten. Behalve het deel dat voor het productieproces verbruikt wordt of voor het eigen gebruik (bijv. transport van de kolen naar de ovens of het verwarmen van het eigen gebouw). Voor raffinaderijen geldt hetzelfde.

Ten opzichte van 2014 is het energiegebruik in 2016 gestegen met bijna 3,0%. Deze stijging is het grootst bij de industrie. De zachte winter in 2014 heeft er voor gezorgd dat zowel in de gebouwde omgeving als in de land- en tuinbouw minder energie is gebruikt in dat jaar. In de gebouwde omgeving werpt energiebesparing (zuiniger apparaten, LED-verlichting) zijn vruchten af en zien we ook in een aantal andere sectoren een lichte daling van het energiebebruik. In de factsheet CO2-algemeen is te zien dat de CO2-emissie in de gebouwde omgeving iets is gestegen, dit betekent dat er meer gas is gebruikt. Gas wordt voornamelijk ingezet voor verwarming, de winter van 2015 was iets kouder dan het jaar ervoor. In de factsheet hernieuwbare energie wordt de opgewekte duurzame energie weergegeven.​

De provincie zet zich via diverse paden in om het energiegebruik terug te dringen. De aanpak is uitgewerkt in de energieagenda Watt Anders  van de provincie Zuid-Holland.