CO2-emissies

De uitstoot van CO2 nam in Zuid-Holland vanaf 2010 tot en met 2014 eerst geleidelijk af. Daarna nam de uitstoot weer toe. In 2017 was voor het eerst weer een daling te zien. In 2017 bedroeg de uitstoot 45,3 Mton CO2. In 2016 was dit 48 Mton. De belangrijkste reden is de sluiting van een oude kolencentrale op de Maavlakte in 2017.

De grootste procentuele afnames in CO2-uitstoot in 2017 ten opzichte van 2010 zijn te zien voor de sectoren Gebouwde omgeving en Land- en tuinbouw (beide -25%). Winters zijn zachter en gebouwen zijn steeds beter geïsoleerd of worden aangesloten op de warmterotonde. In de land- en tuinbouw is sprake van minder gasgebruik (o.a. door hergebruik van CO2), afname van het glasareaal, en gebruik van restwarmte. Ook de CO2-uitstoot van de sector Verkeer en vervoer is licht afgenomen (-3%) en vooral het gevolg van

schonere motoren en een toename van het aandeel elektrische voertuigen (in 2018 20% toename van elektrisch plus plug-in hybride[1]). De CO2-uitstoot van de sector Industrie is er een toename van 3%, voor de energiesector is dat 22% in 2017 ten opzichte van 2010. Deze stijgende trend is vooral het gevolg van de in 2014 opgestarte kolencentrales op de Maasvlakte in Rotterdam. Vanaf 2016 is er een afname door sluiting van de oude Uniper centrale op de Maasvlakte.

Steeds meer partijen gaan met de energietransitie aan de slag. Een belangrijke stap is het klimaatakkoord in Parijs, waarmee mondiaal de ambitie is vastgelegd de opwarming te beperken tot 2 graden en te streven naar niet meer dan 1,5 graad. Met de energieagenda Watt Anders zet de Provincie Zuid-Holland een krachtig beleid neer voor het terugdringen van de CO2-emissie om te komen tot 85% CO2-emissiereductie in 2050 ten op zichte van 1990. In 1990 was de CO2-emissie 40Mton. Dat betekent dat de emissie terug moet naar ongeveer 6 Mton per jaar. Dat moet gebeuren door het terugdringen van het finaal energiegebruik, opwekking van hernieuwbare energie en het opslaan of gebruiken van CO2 in producten en/of materialen.

De opgave voor de diverse sectoren (gebouwde omgeving, industrie en energie, land- en tuinbouw en mobiliteit) verschilt. CO2-reductie door energiebesparing, inzet van duurzame warmte, gebruik van waterstof of elektrificatie bij bijvoorbeeld mobiliteit en gebouwde omgeving heeft in CO2-termen alleen zin als de elektriciteitproductie duurzaam wordt. Anders zie je CO2-emissie in de sector industrie en energie weer terug komen. Als we naar de 6 Mton CO2 per jaar willen, is de opgave voor de industrie het meest dominant. 

Voor het bepalen van de CO2-uitstoot van de provincie hanteren we de ‘scopes’ uit het Green house gas protocol. Deze onderscheidt drie scopes. Internationaal, nationaal en provinciaal wordt uitgegaan van scope 1.

Scope 1 omvat alle directe CO2-emissies van de verbranding van fossiele brandstoffen binnen onze provinciale grenzen. 

Bijvoorbeeld emissies door kolenstook bij de elektriciteitsproductie, door een cv-ketel in een woning of door benzinegebruik van een auto. Om dubbeltelling te voorkomen zijn CO2-doelen aan scope 1 emissies gekoppeld. Dat is in deze monitor ook gedaan. Dat betekent wel dat bijvoorbeeld alle CO2-uitstoot van de energiesector op het grondgebied van Zuid-Holland wordt toegerekend aan Zuid-Holland, ook al wordt de geproduceerde elektriciteit buiten onze provincie gebruikt. Scope 1 rekent emissies dus toe aan de bron.

Als we kijken waar we nu staan en waar we naar toe willen, zien we dat er nog veel moet gebeuren op het gebied van alle mogelijke maatregelen om CO2-emissie terug te dringen.

De trend in Zuid-Holland komt overeen met de landelijke trend. De verdeling over de sectoren laat zien dat de CO2-emissie vanuit de industrie (inclusief de elektriciteitsector)  met 68% dominant is. De kolencentrales op de Maasvlakte in Rotterdam, die in respectievelijk 2014 en 2015 opgestart zijn nemen ongeveer de hel\ft van de industriele uitstoort voor hun rekening.

Ook is te zien dat als we de kerncijfers van Zuid-Holland naast de kerncijfers van Nederland leggen, dat Zuid-Holland 21% van het bruto nationaal product voor haar rekening neemt en 29% van de CO2-emissie. Hieruit valt te concluderen dat Zuid-Holland in verhouding met de rest van het land haar geld verdient met een relatief grote CO2-emissie. Dat is niet verbazingwekkend als je beseft dat Zuid-Holland ruimte biedt aan het grootste cluster fossiele industrie van Nederland en twee grote elektriciteitcentrales die elektriciteit voor een groot deel van Nederland produceren.

Hieronder wordt de CO2 uitstoot per regio weergegeven.

Voor de overige broeikasgassen neemt de uitstoot gestaag af. Let wel: de gegevens op provinciaal niveau zijn maar beperkt nauwkeurig. In 2015 was deze 3,0 Mton CO2-eq en daarmee een fractie hoger dan in 2014. Ook deze trend komt overeen met het landelijke beeld.

In de provincie Zuid-Holland draagt de glastuinbouwsector het meeste bij. Het gaat daarbij vooral om methaan. Deze methaan-emissies worden veroorzaakt door de WKK-installaties waar (onverbrand) methaan uit ontsnapt. Ten opzichte van 1990 is deze met ruim 20% gedaald.

Bron: Energiemonitor Provincie Zuid-Holland 2018

[1] RVO, Elektrisch Rijden – Personenauto’s en laadpunten. Analyse over 2018.