CO2-emissies

De uitstoot van CO2 neemt in Zuid-Holland sinds 2010 eerst geleidelijk af, maar de laatste jaren weer toe. In 2016 bedraagt de uitstoot 48 Mton CO2. In 2015 was dit 46 Mton. Die toename komt vooral door de twee, in 2014 en 2016 opgestarte kolencentrales op de Maasvlakte in Rotterdam. Bij de overige sectoren is de uitstoot in 2016 min of meer gelijk aan die van 2015. 

In de periode 2010-2016 is de CO2-uitstoot van de sector industrie met bijna 20% toegenomen. In de gebouwde omgeving (-22%) en in de land- en tuinbouw (-27%) is over die jaren een duidelijke afname zichtbaar; voor de sector verkeer en vervoer is een beperkte afname (-3%) zichtbaar.

Voor de sector land- en tuinbouw is het doel om de CO2-uitstoot in 2020 met 50% terug te dringen ten opzichte van 2013. Inmiddels is daar 9% van gerealiseerd. Ten opzichte van 1990 is de CO2-uitstoot bij land- en tuinbouw met bijna 27% gedaald. Ten opzichte van 2015 is bij de gebouwde omgeving in 2016 in Zuid-Holland een lichte stijging van CO2-uitstoot te zien.

Voor de lichte stijging bij mobiliteit en land- en tuinbouw kan het aantrekken van de economie als reden gegeven worden. De grote stijging van CO​2-uitstoot bij de industrie is deels te verklaren door de aantrekkende economie, maar voor het grootste deel door het opstarten van de twee nieuwe kolencentrales zonder dat bestaande Zuid-Hollandse elektriciteitscentrales in 2015 stopten. De oude centrales hebben in 2015 als back-up gefunctioneerd. De afspraak is dat deze in 2017 volledig worden stilgelegd. Daarnaast zijn andere oude kolencentrales buiten de provincie wel gesloten, waardoor de nieuwe centrales in Zuid-Holland ook energie produceren voor gebruik buiten de provincie.

Steeds meer partijen gaan met de energietransitie aan de slag. Een belangrijke stap is het klimaatakkoord in Parijs, waarmee mondiaal de ambitie is vastgelegd de opwarming te beperken tot 2 graden en te streven naar niet meer dan 1,5 graad. Met de energieagenda Watt Anders zet de Provincie Zuid-Holland een krachtig beleid neer voor het terugdringen van de CO2-emissie om te komen tot 85% CO2-emissiereductie in 2050 ten op zichte van 1990. In 1990 was de CO2-emissie 40Mton. Dat betekent dat de emissie terug moet naar ongeveer 6Mton per jaar. Dat moet gebeuren door het terugdringen van het finaal energiegebruik, opwekking van hernieuwbare energie en het opslaan of gebruiken van CO2 in 

producten en/of materialen. 

De opgave voor de diverse sectoren (gebouwde omgeving, industrie en energie, land- en tuinbouw en mobiliteit) verschilt. CO2-reductie door energiebesparing, inzet van duurzame warmte, gebruik van waterstof of elektrificatie bij bijvoorbeeld mobiliteit en gebouwde omgeving heeft in CO2-termen alleen zin als de elektriciteitproductie duurzaam wordt. Anders zie je CO2-emissie in de sector industrie en energie weer terug komen. Als we naar de 6 Mton CO2 per jaar willen, is de opgave voor de industrie het meest dominant. 

Voor het bepalen van de CO2-uitstoot van de provincie is het nodig om de juiste ‘scopes’ uit het internationaal gehanteerde Green house gas protocol te hanteren. Deze onderscheidt drie scopes. Internationaal, nationaal en provinciaal wordt uitgegaan van scope 1. 

Scope 1 omvat alle directe CO2-emissies van de verbranding van fossiele brandstoffen binnen onze provinciale grenzen. Bijvoorbeeld emissies door kolenstook bij de elektriciteitsproductie, door een cv-ketel in een woning of door benzinegebruik van een auto. Om dubbeltelling te voorkomen zijn CO2-doelen aan scope 1 emissies gekoppeld. Dat is in deze monitor ook gedaan. Dat betekent wel dat bijvoorbeeld alle CO2-uitstoot van de energiesector op het grondgebied van Zuid-Holland wordt toegerekend aan Zuid-Holland, ook al wordt de geproduceerde elektriciteit buiten onze provincie gebruikt. Scope 1 rekent emissies dus toe aan de bron.

Als we kijken waar we nu staan en waar we naar toe willen, zien we dat er nog veel moet gebeuren op het gebied van alle mogelijke maatregelen om CO2-emissie terug te dringen.

De trend in Zuid-Holland komt overeen met de landelijke trend. De verdeling over de sectoren laat zien dat de CO2-emissie vanuit de industrie met 68% dominant is. De recente toename komt vooral door de twee nieuwe kolencentrales op de Maasvlakte in Rotterdam, die in respectievelijk 2014 en 2015 opgestart zijn. Ook is te zien dat als we de kerncijfers van Zuid-Holland naast de kerncijfers van Nederland leggen, dat Zuid-Holland 21% van het bruto nationaal product voor haar rekening neemt en 29% van de CO2-emissie. Hieruit valt te concluderen dat Zuid-Holland in verhouding met de rest van het land haar geld verdient met een relatief grote CO2-emissie. Dat is niet verbazingwekkend als je beseft dat Zuid-Holland ruimte biedt aan het grootste cluster fossiele industrie van Nederland.

Tabel 2: kerncijfers provincie Zuid-Holland vs. Nederland

  Zuid-Holland Nederland Aandeel [%]
Aantal inwoners [miljoen] 3,6 17,0 21
Oppervlakte [km2] 3.403 41.543 8
Bruto binnenlands product [miljard] 123 672 18

Tabel 3: CO2-uitstoot provincie Zuid-Holland vs. Nederland

  Zuid-Holland Nederland Aandeel [%]
CO2-uitstoot [Mton] 47,8 167,2 29
Overige broeikasgassen (Mton CO2-eq] 3,0 29,1 10

Hieronder wordt de CO2 uitstoot per regio weergegeven.

Voor de overige broeikasgassen neemt de uitstoot gestaag af. Let wel: de gegevens op provinciaal niveau zijn maar beperkt nauwkeurig. In 2015 was deze 3,0 Mton CO2-eq en daarmee een fractie hoger dan in 2014. Ook deze trend komt overeen met het landelijke beeld. In de provincie Zuid-Holland draagt de glastuinbouwsector het meeste bij. Het gaat daarbij vooral om methaan. Deze methaan-emissies worden veroorzaakt door de WKK-installaties waar (onverbrand) methaan uit ontsnapt. Ten opzichte van 1990 is deze met ruim 20% gedaald.

Bron: Energiemonitor Provincie Zuid-Holland 2016